De death coach

Er was er eens een meisje dat altijd verdrietig was. Als baby huilde ze al heel veel. Haar ouders werden er stapeldol van, ze dachten dat er iets mis met haar was maar in het ziekenhuis hadden ze haar binnenstebuiten gekeerd en konden niets vinden.

Toen ze opgroeide was er altijd wel wat om te huilen of verdrietig over te zijn. Haar ouders dachten dat ze gewoon heel gevoelig was maar in haar klas, op school, noemden ze haar huilebak. Dat was voor Anna weer een reden om te huilen.

Toch had Anna wel vriendinnetjes want het was een lieve meid die altijd klaar stond om iemand te helpen.

Redenen voor haar om te huilen waren bijvoorbeeld: dierenleed, andermans leed en toen ze ouder werd, de toestand in de wereld.

Toen ze een jaar of twintig was begon  ze die eeuwige waterlanders heel erg te vinden want het maakte dat ze niet kon functioneren. Als ze een sollicitatiegesprek had begon ze te huilen van de spanning en ook eventuele  vriendjes liepen met een grote boog om haar heen.

Ze was verdrietig over haar eeuwige verdriet en wilde het oplossen. Ze las psychologische boeken in de hoop iets te vinden over haar probleem maar vond niets. Ze vroeg zich af waarom ze altijd verdrietig was maar kwam er niet achter. Ze had een goede jeugd gehad, haar ouders waren lief voor haar en behalve haar gevoeligheid was  ze kerngezond.

Ze begon steeds treuriger te worden en stond op het punt om het bijltje erbij neer te gooien. Met die waterlanders wilde ze niet leven. Ze wilde genieten van het leven in plaats van altijd maar verdrietig te zijn. Ze zag bij haar vriendinnen dat dat ook kon. En ze wilde een vriendje en een baan.

Op een ochtend toen ze de krant las, zag ze bij de kleine advertenties een kop die haar aandacht trok. “Dit is het.” dacht ze. “Deze persoon kan mij helpen.”

“Death coaching, vind uw geluk.”

Anna wist niet precies wat het was maar haar gevoel zei dat dit was waar ze op had gewacht. Er stond een telefoonnummer bij die ze kon bellen en dat deed ze.

Ze kreeg een aardige vrouw aan de lijn, ze heette Saskia, die haar uitlegde wat een death coach deed. En ze vroeg Anna wat het was waarom ze belde. Anna deed haar verhaal en Saskia dacht dat ze haar wel kon helpen.

Anna kreeg gelijk haar eerste opdracht mee. Ze moest een week lang met mooie dingen die ze zag, voelde, rook, hoorde bezig zijn. En elke dag een dagboek bijhouden over die dingen.

In die week kwam Anna erachter hoe moeilijk ze dat vond. In het begin lukte het haar helemaal niet maar gaandeweg begon ze mooie dingen te zien en ervaren. Zo zag ze een koppel reeën bij de kinderboerderij en hoorde een symfonie van Bach waar ze door geraakt werd. Maar in plaats van blij te zijn begon ze te huilen.

Nou zijn er meer mensen die als ze geraakt worden door iets, emotioneel worden. Maar Anna was niet tevreden. Dus aan het eind van de week belde ze Saskia, de coach om alles te bespreken.

“Het begin is er.” zei Saskia toen Anna haar alles vertelde. Saskia stelde voor om nog een week hetzelfde te doen.

Anna was het met haar eens. Die week was ze nog fanatieker dan ze al was. Ze maakte een boswandeling en snoof de boslucht op en hoorde de vogels en zàg vogels en ze genoot. Het beviel haar zo goed dat ze het elke ochtend deed.

Toen ze Saskia opnieuw belde, vroeg Saskia of ze naar haar toe kon komen en ze gaf haar het adres. Het was tien minuten rijden op de fiets. Toen Anna aankwam bij een groot herenhuis waarvan je de de voordeur zo open kon drukken, stond Saskia al op haar te wachten.

“Hallo Anna”, zei ze hartelijk en nam haar mee naar een kamer met een hoog plafond en mooie grote ramen.

Toen ze gingen zitten begon Saskia te vertellen over de volgende opdracht.

“Nu wordt het moeilijker” zei Saskia en keek Anna samenzweerderig aan.

“Komende week moet je je voorstellen  dat dit je laatste week is.” “Houd een dagboekje bij en als bel me als het nodig is.” “Dat kan dag en nacht”.  “Het is belangrijk dat je me belt als je het moeilijk hebt want dat gaat zeker gebeuren.” “Het is belangrijk dat je er goed doorheen komt.”

Anna kreeg een lichte tinteling in haar buik van de spanning die ze toch een beetje begon te voelen.

Die week stelde ze zich voor dat het haar laatste was op deze aarde. Ze bedacht hoe ze zich herinnerd wilde worden en hoe ze afscheid wilde nemen van het leven. ‘S avonds schreef ze alles van zich af in haar dagboekje. Er daalde een inktzwarte duisternis over haar heen in die week die te donker was om nog te huilen.

Ze kwam ‘S morgens bijna haar bed niet uit omdat er lood in haar benen zat maar ze onderging het zoals het kwam, zoals Saskia gezegd had.

De duisternis kwam halverwege de week tot een dieptepunt. In paniek belde Anna Saskia op. Het was alsof ze op de bodem van een put zat en er niet uit kon komen. Saskia suste haar en zei dat Anna het goed deed en dat het er allemaal bij hoorde.

Saskia gaf haar een nieuwe opdracht, of eigenlijk een oude. Anna moest nu de eerste opdracht weer gaan doen, een maand lang. Met mooie dingen bezig zijn.

Anna voelde zich hondsmoe en somber en sleepte zich weer naar het bos waar ze eerder zulke mooie dingen had gehoord en gezien. Ze begon te wandelen en om zich heen te kijken. Ze hoorde het getik van een Specht en keek omhoog en zag de vogel net het hoekje van de boom omgaan. De rood, met wit en zwarte vogel liet zich weer horen. Toen, alsof het speciaal voor haar was, liet hij zich zien. Met open mond keek ze naar het tafereel en genoot tot in haar tenen zonder te huilen.

Anna had geleerd dat de wereld ook een mooie kant had en ze was die gaan waarderen. Ze had vertrouwen gekregen in het leven, de dood en zichzelf.

Dankbaar liep ze naar huis.

 

Corona liefde

Evert schonk zichzelf een kopje koffie in. De thermoskan stond naast hem op de grond. Melk en suiker stonden op de salontafel. Hij dronk het zwart. De melk en suiker was voor de visite.

Maar er kwam geen visite, heel Nederland zat in lockdown. Als hij naar buiten keek zag hij een heleboel ramen. Hij bedacht zich dat elk raam een op zichzelf staande cel was waarin mensen woonden, kookten, liefhadden, elk raam op zich.

Onderling was er geen contact meer mogelijk. De regering had daartoe besloten. Er heerste een virus wat heel besmettelijk en dodelijk was. Mensen zoals hij, hij was achtenzeventig, werden beschermd door de overheid, door iedereen te isoleren.

Normaal kwam Henriëtte hier ’s ochtends even een bakkie doen maar ook zij zat nu vast in haar cel op de derde verdieping. Evert woonde op de tiende verdieping van de gallerijflat aan de Pioenstraat.

Evert mistte zijn bezigheden buitenshuis: zijn biljartclub, zijn bridgeclub en de mensen die bij hem kwamen en hij mistte Henriëtte.

Hij, die zich nooit echt eenzaam voelde, wist nu wat eenzaamheid betekende. Hij zette de tv aan en zette hem ook weer uit. Er was niets op.

Hij pakte de telefoon op en wilde het nummer van Henriëtte intoetsen maar bedacht zich dat hij haar gisteren nog gesproken had en dat zij allebei niets te vertellen hadden, dus hing hij weer op.

Evert besloot een boodschapje te gaan doen. Dan was hij er even uit. Hij had het meeste wel in huis maar alles was beter dan dit grote ‘niets.’

Het was doodstil op straat. Hij was de enige, hij vond het onwezenlijk maar de winkel was dichtbij dus hij liep door. Ook in de winkel was hij een van de weinigen. Er waren welgeteld drie andere mensen in de winkel. Er waren geen stelletjes, dat mocht niet.

Terwijl hij bij de kassa stond om zijn pakje koffiemelk af te rekenen schoot hem iets te binnen. Hij had ineens haast om thuis te komen.

In de Pioenstraat belde hij bij Henriëtte aan en ging toen op veilige afstand staan.

De deur ging open en Henriëtte keek hem vragend aan. ‘Is er wat gebeurt.’ vroeg ze gespannen.

Evert schudde zijn hoofd. ‘Nee, Ik wilde je wat vragen.’

‘Wil jij mijn Corona liefde zijn?’

Ze begon te lachen, toen het tot haar doordrong wat hij bedoelde. ‘Bij mij of bij jou’ was haar antwoord.

Dansen in het maanlicht 2

Voor het eerste deel, zie Dansen in het maanlicht

Jet ging nu rap achteruit. Ze was nog sneller moe en haar spieren slonken. Jan besefte dat hij voort moest maken met de uitvoering van hun dans.

Het was de dag van de uivoering. Vanavond zou Jan haar om acht uur ophalen en verder wist ze niets. Haar moeder zou haar helpen met haar jurk. Ze had voor deze gelegenheid een witte soepele jurk gekocht, een witte corsage en een diadeem met glimmers.

Beiden wilden ze geen publiek erbij. Dit was hun moment, hun tijd om afscheid te nemen van elkaar en van haar gezondheid. Ze wisten allebei dat dit echt de allerlaatste keer was dat Jet kon dansen.

Om acht uur precies ging de bel. Jet zat in de serre te wachten op haar vriend. Ze had haar moeder gezegd dat ze alleen wilde zijn en zij had Jets wens gerespecteerd. Toen reed ze naar de voordeur en opende hem. Daar stond Jan met een grote bos rode rozen.

Jan keek haar aan en het was alsof er een licht van binnenuit maakte dat ze straalde. De glimmers op haar hoofd schitterden in het halfdonker van de hal en haar jurk benadrukte de slankheid van haar taille en haar kleine borsten. Hij hield zijn adem in om het beeld niet te verstoren.

“Nou zeg je nog wat” zei ze trillerig en lachte. Hij gaf haar de rozen en zei: Je bent prachtig.”

“Dank je wel” zei ze elegant. “Jij ziet er ook mooi uit.” Ze keek bewonderend naar zijn witte pak met zwarte shirt.

Hij nam haar mee naar de open plek in het bos waar de openluchtvoorstellingen werden gehouden. Er waren tribunes die in het rond om het toneel gebouwd waren. Ze waren helemaal alleen. Het licht van de volle maan scheen op het toneel.

Op een van de banken lag een kleed en er stonden almaal hapjes op. Een fles wijn en twee glazen, voltooide het beeld.

“Kom dame volg mij”, zei hij en hij duwde de rolstoel naar het kleed. Hij ontkurkt de fles wijn en schonk de glazen vol. “Proost ” zeiden ze beiden.

Ze dronken van de wijn en aten van de kip en alle andere hapjes en genoten.

“Zullen we?” zei Jet. Jan pakte de rolstoel en reed haar naar het toneel. Hij startte de bandrecorder die hij meegenomen had en liefelijke tonen klonken door het bos. Jan en Jet deden, wat nu zo natuurlijk voorkwam door al hun oefeningen in de dansschool. Jan reed Jet met sierlijke bewegingen voor en achteruit en Jet bewoog simultaan met haar armen. Beiden gaven al wat ze in zich hadden en toen de laatste tonen weg zweefden waren ze allebei uitgeput.

Toen ze uitgerust waren, zaten ze met hun armen om elkaar heen en keken naar de sterren en de maan en beloofden deze avond nooit te vergeten.

Dansen in het maanlicht

Toen Jan, Jans nog niet kende, had hij verkering met Jet. Ze was bloedmooi en was een spring in het veld. Tegenwoordig zou je zeggen dat ze adhd had maar dat bestond toen nog niet. Ze deed zes dingen tegelijk en vond het dan gek dat niets lukte. Zo reed ze paard, danste moderne dans, deed aan schaken en schermen.

Ze kwam er al gauw achter dat het teveel activiteiten waren want ze had natuurlijk ook nog haar studie. Ze studeerde biologie. Dus besloot ze moderne dans aan te houden en de rest te laten vallen. Ze kwam uit een zeer progressief gezin waarin haar beide ouders arts waren en zij wilden dat hun kinderen deden wat zij het liefst wilden doen.

Jet had gekozen voor biologie omdat ze helemaal gefascineerd was door alles wat maar met de natuur te maken had. Maar ze was er al gauw achter gekomen dat ze dans nodig had als tegenwicht voor haar studie. Ze vond het heerlijk om, nadat ze met haar hoofd in de boeken had gezeten, zich lichamelijk uit te leven in dans.

Toen ze Jan ontmoette op de dansschool, viel ze gelijk voor de rust die hij uitstraalde. Hij was alles wat zij niet was. En omgekeerd viel Jan voor haar ongebreidelde energie en enthousiasme.

Hij werd haar danspartner en langzaam aan werden zij een stelletje.

Jan echter, was een nuchtere noorderling en was in het dagelijkse leven aan het werk als aannemer. Hij runde zijn eigen bedrijf en woonde op zichzelf. Terwijl hij de dagelijkse zorg voor zichzelf had, genoot Jet van het studentenleven en woonde nog bij haar ouders.

Op een dag, in mei, de zon scheen en de vogels floten, waren Jan en Jet in de dansschool. Ze studeerden een ingewikkelde dans in. Op het moment dat Jet zich afzette om een sprong te maken weigerden haar benen en ze viel op de grond, nog voor Jan haar op kon vangen.

Jet kon niet meer dansen, sterker nog, ze kon niet meer lopen. De ene dag ging het beter dan de andere maar ze werd afhankelijk van een rolstoel.

Maar Jet was niet een typje wat bij de pakken neer ging zitten en probeerde van elke dag wat te maken ondanks dat ze langzaam achteruit ging.

Op een dag toen Jet en Jan bij elkaar op haar kamer in haar ouderlijk huis waren, keek ze hem aan en zei:” Ik wil nog een keer met jou dansen.” Jan keek haar aan en kustte haar en streel de haar mooie haar. “Dat komt in orde.” zei hij simpel.

Jan ging op zoek naar een choreografie voor een danseres in een rolstoel. Na lang zoeken vond hij een oude choreografie in een klassieke stijl. Het verhaal ging over een tragische liefde waarin de danseres als een kaarsje uitdoofde.

Toen Jan de choreografie aan Jet liet zien was ze ontroert. “Dat is ons verhaal.” zei ze terwijl ze een traantje wegpinkte. Jan nam haar in zijn armen en kustte haar voorhoofd.

Vanaf die dag waren ze twee maal in de week te vinden in de dansschool om te reperteren. Ze moesten het rustig aan doen want Jet werd gauw moe maar haar enthousiasme krikte haar vaak op.

Jan wist niet hoe Jet haar naderende einde ervaarde want daar hadden ze het nooit over. Ze hielden zich bezig met het hier en nu maar hij kon er stilletjes wel over piekeren. Hij kon zich een leven zonder haar eigenlijk niet voorstellen. Toch ging hij elke dag door met Jet een zo prettig mogelijk leven te geven.

Wordt vervolgd

Tappen aan de tafel

Jan en Jans wonen in een jaren dertig huis in de Stad. Al jaren gaan ze samen elke dag een borreltje halen in de kroeg op de hoek. Jan drinkt dan een Jonge en Jans neemt altijd een koffie en een sinas. Jans houdt niet zo van alcohol.

Ze ontmoeten dan hun kroegvrienden en leggen soms een kaartje met Conny en Fred die ook elke dag komen. Het is een van de weinige luxe die Jan en Jans zich permitteren.

Jan rookt een sigaartje met zijn Jonge en Jans rookt er ook een, ook al vindt ze het stiekem een beetje vies. Ze hebben het altijd reuze naar hun zin met hun vrienden en Jacob de kroegbaas. Er worden grove grappen gemaakt en er wordt veel gelachen.

Door de komst van Corona wordt er ruw een streep gehaald door hun dagelijkse uitje. Maar Jan en Jans laten zich niet uit het veld slaan en halen de kroeg naar binnen. Jans haalt een fles Jenever en een fles sinas en na het eten om ongeveer zeven uur gaan ze nogmaals aan tafel.

Jans haalt een borrelglaasje uit de kast en een longdrinkglas voor haarzelf. Ze schenkt de Jenever in met een kop, zoals het hoort en vult haar glas met sinas. Ze steken allebei, bij uitzondering een sigaartje op in huis en kijken elkaar aan.

Er valt een stilte die niet zo makkelijk te overbruggen is. Er is geen muziek, geen Fred en Conny en geen Jacob. Maar wederom laten ze zich niet uit het veld slaan. Jan neemt een teug van zijn Jenever en Jans neemt een slok van haar sinas.

“Zal ik een muziekje aanzetten?” Jans kijkt Jan vragend aan. “Ja leuk, zet André Hazes maar op.”

Jan heeft de fles Jonge Jenever naast zich op tafel gezet en tapt zich een tweede in en een derde. Hij begint grappen te maken die in de kroeg zo leuk zijn maar nu kan Jans ze niet waarderen.

Ze begint te mokken. Stilzwijgend zendt ze signalen naar Jan maar hij pikt ze niet op. Jan is in zijn sas. Hij begint met André Hazes mee te zingen en vindt dat hij het er lang niet slecht afbrengt. Ondertussen schenkt hij zich opnieuw in.

Jans die op een heel andere golflengte zit, vreet zich op van ergernis. “Jan, het is genoeg.” roept ze uit.

Ze kijkt met grote kwade ogen naar Jan maar hij is niet onder de indruk. Dan begint Jan te huilen. Grote krokodillen tranen rollen over zijn wangen. Jans schrikt zich een hoedje want zo heeft ze hem nog nooit meegemaakt.

“Wat is er Jan?” vraagt ze hem terwijl ze onhandig op zijn schouder slaat in een poging om hem te troosten. Tot ze doorkrijgt dat het de drank is die hem parten speelt.

“Ik ga naar bed” zegt ze vinnig.

De volgende ochtend, als Jans wakker wordt, is de plek naast haar leeg. Snel trekt ze haar ochtendjas en slofjes aan en snelt naar beneden. Ze is ongerust, had ze hem niet alleen moeten laten? Wat was er aan de hand?

Als ze de huiskamer inloopt ziet ze in een oogopslag dat Jan geschoren en in de kleren aan tafel zit en dat hij ontbijt heeft gemaakt. Haar hart sloeg een keer over. Dit was haar Jan, deze man kende ze. Haar boosheid van de vorige avond smolt weg en ze gaf hem een kus op zijn hoofd.

“Moeten we maar niet weer doen he” zegt hij schuldbewust.

Jan en Jans

Jan en Jans waren al jaren bij elkaar. Soms vroeg Jans zich af of hij haar nog wel zag staan. Ze voelde zich onzeker over zichzelf omdat ze uiterlijk veranderde zoals het nou eenmaal ging als je ouder werd.

Op een dag viel het haar ineens op dat hij iets op zijn telefoon wegklikte toen zij keek. Er welde een gevoel van jaloezie in haar op.

Het zou toch niet dat hij een online liefje had?

Ze zou er eens op letten of ze hem kon betrappen. Jan was een gesloten en nuchtere man die niet zo snel zoiets zou doen dus Jans kon zich in eerste instantie niet goed voorstellen dat het zo was maar nu ze er over nadacht waren ze de laatste tijd elk hun eigen gang gegaan. Ze was het zicht op haar man een beetje kwijt geraakt.

Die nacht, om drie uur, toen hij beneden was om naar de wc te gaan, hoorde zij het deuntje van zijn telefoon.

Zie je wel, dacht zij. Wie, in Godsnaam appt nou midden in de nacht. Haar achterdocht was nu echt gewekt. Lang nadat Jan weer in bed was gekomen, kon ze de slaap niet vatten.

De volgende dag, toen ze koffie dronken, vroeg zij hem recht op de man af wie er had geappt. Haar hart ging tekeer maar ze wilde het weten.

Niemand zei hij stellig, zo stellig als hij altijd was. Jans wist niet wat ze hoorde en begon aan zichzelf te twijfelen en zei niks meer.

De weken daarna viel het haar steeds vaker op dat hij ‘iets’ wegklikte. Haar wantrouwen groeide met de dag tot het moment kwam dat ze het zeker wist. Jan had een online liefje. Ze voelde zich vreselijk van binnen maar ze deed net als Jan, dat er niks aan de hand was.

Ze begon zich op te maken elke dag en mooie kleren aan te trekken om er weer aantrekkelijk uit te zien. Voor zichzelf en voor Jan. En haar uitgedoofde gevoel van eigenwaarde begon te groeien.

Ze ging een cursus tuinarchitectuur doen en stortte zich op de tuin. Ze kocht plantjes en deelde de tuin anders in. Ze spitte en zat met haar handen in de modder en voelde zich elke dag een stukje beter.

Ze kreeg een gezonde kleur op haar wangen en haar ogen straalden. Haar wantrouwen naar Jan brokkelde af. Hoe kon ze denken dat die oude, trouwe Jan zoiets zou doen als een internetliefde er op na zou houden.

Ze begon argumenten voor het tegendeel van zijn ontrouw te zoeken en vond die net zo veel als van zijn ontrouw en leerde dat je krijgt wat je zoekt.

Het was Jan ook opgevallen dat zijn vrouw er zo goed uitzag en hij maakte haar steeds vaker complimentjes. Af en toe kreeg ze zelfs een liefdevolle klap op haar ronde billen. Ze gloeide van liefde als hij dat deed. Het vlammetje van hun huwelijk wat bijna gedoofd was, brandde weer volop.

Shop een jogger op afspraak

Toen ik doorkreeg dat joggers in de mode kwamen, was ik blij. Eindelijk kon ik ongegeneerd met een joggingpak over straat. Het was me al opgevallen dat steeds meer mensen deze ‘verguisde’ kleding ging dragen. Helemaal goed.

Nu nog een pak naar mijn zin aanschaffen. Ik keek op Google en leerde dat nude en poederroze in waren. Ik vond het ook erg mooi maar de ad van het pak in de kleur was erg onduidelijk. Weer besloot ik dat ik beter bij de kleine winkeltjes in de buurt kon shoppen en zo nog iets goeds deed. En ik kon gewoon in de buurt, op mijn fiets, mijn ding doen.

Door Corona was het shoppen op afspraak. Ik belde de winkel waarvan ik wist dat ze joggingpakken hadden en vroeg wat ze in voorraad hadden. Ze juffrouw zei dat ze nog Australien pakken hadden. Niet in het poederroze maar wel in het zwart. Ook goed. Ik bestelde een S broek en een M Hoodie en sprak af om het pak de volgende dag op te halen.

Manlief vondt dat er zwarte sneakers bij moesten en zag op marktplaats nog een paar voor mij. Het waren Nikes, bijna niet gedragen. Er werd een afspraak gemaakt en ik kon de volgende dag alles in een rit doen.

De volgende dag haalde ik de spullen op en reed weer naar huis, paste alles en was tevreden. Geen drukte in de winkel, geen gestress bij de kassa, Ik was alleen in de winkel.

Nou wonen wij in een dorp met minder inwoners dan in een stad, dat zal niet te vergelijken zijn maar ik vond het shoppen op afspraak super. En het mooiste was: ik was voor 32,50 weer helemaal het vrouwtje.

Mooie dingen…

Ik houd van mooie dingen, zoals iedereen denk ik. Ik houd van mooie kleding, een mooi boek, mooie kunst en mooie mensen. Vroeger heb ik veel geboetseerd en dan vooral naar model. Ik kon heel erg genieten van bepaalde lijnen in een lichaam. Ik ben dan ook heel gevoelig voor mooie reclames. Fotografie vond ik ook heel mooi. Alles wat lelijk is, mooier maken. Of iets onverwachts moois belichten.

Ik ben heel kritisch op mijn wereld en mezelf. Voor mezelf heb ik de standaard: Ik moet mooi zijn. (waar ik allang niet meer aan kan voldoen met mijn vijfenvijftigste jaar). Waarschijnlijk is dat compensatie voor mijn ‘lelijke’ leven.

Niet dat ik mijn leven niet leuk vind. Ik ben heel tevreden met mijn leven zoals het nu is maar dat alles is na acceptatie dat het is zoals het is. Vanbinnen echter voel ik mij gehavend omdat ik omdat ik geestelijke littekens heb. En dat is de sombere ondertoon in mijn leven. Dat is niet gaaf en mooi.

Misschien hebben meer mensen dat, ik zou het graag willen horen. Iedereen heeft natuurlijk een rugzakje op een bepaalde leeftijd. Maar op dit moment voel ik mij er nog al alleen in staan.

In ieder geval maken mooie dingen mijn leven prettiger. Een nagellakje in een prachtige kleur, een mooie lucht want natuur is ook heel belangrijk en een mooi boek op z’n tijd maken het leven de moeite waard. Maar die ondertoon in mijn buik gaat overal met mij mee.

Van alles wat…

Ik zit op de bank. Onze grote leefbank. Er is voldoende ruimte voor ons allemaal: Baasje, Wolf, Benny en ik. Meestal echter volgen de hondjes mij als ik naar ‘voren’ ga, Baasje blijft bij de achtertafel zitten tv kijken.

Elke dag rond vijf uur ga ik naar voren om mijn stukje te schrijven, een boek te luisteren of gewoon maar wat te zitten. Benny kruipt tegen mij aan en legt zijn kop op mijn been. Ik kan mij niets beters voorstellen dan een warm hondenlichaam tegen mij aan. Hij is een grote knuffel en houdt erg van lichamelijk contact. Het is echt genieten.

Wolf is niet zo lichamelijk als Benny maar heeft af en toe ook wat aandacht nodig. Beiden liggen ze samen met mij op de bank. Als hondenmoeder geven mij die momenten de bevestiging dat ik het blijkbaar goed doe.

Vandaag heb ik met een vriendin gewandeld en Benny is de hele middag al out, terwijl we niet vreselijk ver hebben gelopen. We hebben hem nu een jaar en hij is nog steeds niet zoveel gewend. Dan vraag ik mij echt af waar hij die drie jaar gezeten heeft.

Nu, na een jaar begint hij wat makkelijker te worden. Hij gaat niet meer zo vreselijk tekeer als in het begin. Het lopen is er een stuk leuker op geworden. We weten nu allebei beter waar we aan toe zijn met elkaar en hij leert de omgeving kennen.

Vanmorgen heb ik ook mijn slaapmedicatie geregeld. Het was geen probleem. Omdat ik psychosegevoelig ben hebben ze mij liever aan de slaapmedicatie dan psychotisch door slaapgebrek, 😅 Trouwens waarschijnlijk weet ik ook waardoor ik zo slecht slaap.

Waarschijnlijk door de hormoonkuur die ik vijf jaar moet slikken tegen de borstkanker. Die heeft heftige bijwerkingen waaronder slecht slapen. Maar zeker weten doe je het echter nooit.

Ik vind het vervelend om mijzelf weer te verdoven met nog een pil maar het is niet anders voor mij in dit leven. Ik hoop dat ik in een volgend leven gezond mag zijn en álles kan doen wat ik in dit leven niet heb kunnen doen.😃

Foutje, bedankt…

In het vorige stukje: ‘zelfvertrouwen ‘, schrijf ik over mijn slaapperikelen en dit stukje is eigenlijk een vervolg daarop. Over wat me gisteravond overkwam.

Nou ja, overkwam…wat ik deed.

Al vroeg was ik naar bed gegaan om eens een flinke ruk te gaan maken. Ik nam me voor om de volgende ochtend uit te slapen en eens ouderwets goed te slapen. Manlief, die altijd vroeg naar bed ging, sliep al. En met dat ik in bed lag, merkte ik het al: ik was klaar wakker.

Ik vroeg me af of ik teveel koffie had gedronken of te laat nog op mijn telefoon had gekeken. Maar dat was niet anders dan anders geweest. Sinds ik gestopt was met roken moest ik ineens ook op mijn koffie consumptie gaan letten omdat nicotine, cafeïne afbreekt, zo had ik geleerd van mijn rookcoach. Van de vele kopjes koffie kon ik nu nog maar een paar kopjes koffie nemen anders zou mijn nachtrust daar onder te lijden hebben.

En dat was nu net wat ik niet wilde. Braaf nam ik in het begin maar enkele kopjes koffie. Ik schafte granenkoffie aan, wat ik heel lekker vond maar miste de kick van de cafeïne. Ik lette op mijn slaaphygiene en zorgde dat wat ik in de hand had om te kunnen slapen, ik dat deed.

Maar ik bleef maar gebroken nachten houden. De ene keer werd ik heel vroeg wakker, de andere keer kon ik niet in slaap komen. Ik dacht echt dat het door het stoppen met roken kwam.

Na twee uur in bed gelegen te hebben met mijn ogen stijf dicht geknepen, in de hoop in slaap te vallen, besloot ik naar beneden te gaan want dit had ook geen zin.

Ik was het zat. Ik ging aan de eettafel zitten en pakte het pakje shag van manlief die op tafel lag. Benny was mij gevolgd in de hoop op een stukje kaas wat ik normaal deed maar mijn hoop was op het pakje shag gevestigd.

Ik draaide een shaggie en stak hem op. Het was niet bijster lekker maar ik hoopte dat ik straks de slaap zou kunnen vatten.

Waarom dacht ik in vredesnaam dat mijn slapeloosheid met het stoppen met roken te maken had. Het zal mijn verslaafde geest wel zijn geweest. Na de eerste, rookte ik de tweede en de derde. Eigenlijk tot zes aan toe. En ik werd er niet slaperiger op. In tegendeel ik werd steeds wakkerder.

Al mijn goede voornemens veegde ik zo van tafel. Weg waren de leuke dingetjes die ik kon kopen omdat ik gestopt was met roken. Weg was het gevoel van schone longen te hebben. In gedachten legde ik mij alweer neer bij het bestaan van een rookverslaafde. Die van peuk naar peuk leefde.

Ik ging weer naar bed en nam een slaaptablet. En sliep uiteindelijk in

De volgende ochtend stortte ik mij op mijn zuigtabletten in een routine die mij al gewoon was. Ik leek wel gek om alles wat ik in die vijf maanden opgebouwd had, af te breken.