De mussen vertellen je het wel…

Het is eind februari, de zon schijnt maar er is niemand op straat. Het glinstert wit van de rijp. Takken steken grillig de lucht in zonder hun zomerse tooi en steken donker af tegen de felblauwe lucht.

Ik zit zuchtend aan de tafel. De tafel waar wij al zoveel hebben meegemaakt, waar wij onze wijntjes en biertjes drinken om elke dag om 3 uur en waar wij onze relatie goedhouden door met elkaar te praten. Hier vertellen we elkaar wat ons op het hart ligt.

Nu zit ik aan de koffie die wij s morgens altijd drinken bij het opstaan. Drie kopjes want wij vinden het zo lekker. In mijn pyjama en duster probeer ik te denken maar er komt al dagen niets in mij op. Mijn gedachten staan stil. Ik probeer iets tegen mijn lief te zeggen maar gespreksstof is opgedroogd. Er is niets wat ik weet te zeggen behalve of hij de suiker mee kan nemen op zijn gang naar de tafel.

Ik probeer mij te verzetten tegen dit grote niets maar dan ga ik mij ook nog depressief voelen dus ik houd er mee op. Mijn lief zegt dat wij dit elk jaar hebben maar ik kan het me niet herinneren. Vorig jaar heb ik mij vast niet zo beroerd gevoeld, denk ik stellig.

Zo meteen moet ik mij douchen en aankleden, ik zie er als een berg tegen op om in beweging te komen. Het liefst blijf ik, als verstart, in deze positie zitten, de hele dag. Ik moet denken aan de eekhoorns en de egels die een winterslaap houden. Hun hele metabolisme is op de winter ingesteld. Hun hart klopt langzamer en alles gaat trager. Zou dat bij mijn lief en mij nu ook zo zijn? Is dat de verklaring van deze verschijnselen? Zou de mens ook nog steeds een beetje in winterslaap gaan?

1 maart 2018
De mussen vechten om de pindakaas die in een pot aan de schutting is bevestigd. Ze gunnen elkaar het licht in de ogen niet en proberen soortgenoten te verjagen. Het is een getjilp en gefladder van jewelste en wij hebben het zicht op dit spektakel. Elke dag weer. Vanaf de tafel, kijkend door het keukenraam kunnen wij de mussen zien.

Mijn lief en ik maken een mooie wandeling. En we genieten van de zon op onze huid en het zonlicht door de bomen.

Daarna zit ik met een Pinot gris aan tafel, het is drie uur. Mijn lief heeft een Belgisch biertje. We kijken elkaar aan en lachen zwijgend. Vandaag is alles anders. De zon schijnt en er is dat gevoel dat de lente begonnen is. Er is die veelbelovende sensatie van blijdschap in alles.

Onze mussen zijn vandaag aan het kibbelen om niets. De pindakaas is vergeten en ze doen niets anders dan tjilpen. Alsof ze de natuur bejubelen.

Mijn lief en ik voelen de volheid van het leven in alle hevigheid als we aan tafel ons drankje nuttigen en geanimeerd zitten te praten. Het is lang geleden dat het zo gezellig was. Mijn vertrouwen komt weer terug. Tuurlijk, zo is het elk jaar.

Er vliegen mugjes in de tuin rond en de mussen doen zich er te goed aan. Wij slaan ze vanaf de tafel gade en lachen om hun doldwaze capriolen.
Tja, de mussen vertellen het je wel, als het zover is.

Advertenties