De verbindende factor 4

De verbindende factor 3

Bobby bleek een gouden greep. Hij was lief en aanhankelijk en hij was erg grappig. Hij had ook een stoere kant als hij met zijn staart omhoog als een mannetje hen wilde verdedigen tegenover andere honden. Hij was ook heel gevoelig en als hij op z’n kop kreeg kon hij heel gekwetst kijken.

Jeffrey was weg van Bobby en het gebeurde regelmatig dat zijn schaterlach in huis te horen was. Bobby ontpopte zich als een ruige speler die naar je hand greep en je uitdaagde om te stoeien. Karin was ook weg van hem en zij liet hem s’middags altijd uit. Jeffrey liet hem s’morgens en ’s avonds uit.

Langzaam begon de ijzige sfeer tussen Karin en Jeffrey te verdwijnen. Bobby was daarin de verbindende factor. Als ze ’s avonds naar bed gingen en nog even met Bobby stoeiden. Samen lachten om zijn capriolen om daarna met hun armen om elkaar heen, met Bobby tussen hen in, in slaap vielen waren ze gelukkig.

De verbindende factor 3

De verbindende factor..2

Karin reed het landweggetje af naar de laatste boerderij die aan het weggetje stond. Ze was hier al eerder geweest. Met een opgewonden gevoel reed ze de oprit op.

Ze belde aan de trekbel en wachtte.

Toen hoorde ze voetstappen in de gang en de eikenhouten deur ging open. “Hoi Karin” zei een vrouw met donkerbruin glanzend haar. “Jij komt voor Bobby “. Stelde de vrouw vast.

“Kom binnen”. “Dank je wel, ik heb zo uitgekeken naar deze dag” zei Karin. Elise, zoals de vrouw heette, glimlachte naar haar.

De vrouw deed een deur open en er kwam een hondje op hen af. Het hondje was middelgroot, had lichtbruine en witte vlekken en grote hanglippen. Het was een dotje om te zien. “Hallo, Bobby, kom eens” zei Karin. Dat hoefde ze geen twee keer zeggen. Bobby nam een spurt en sprong met beide voorpootjes tegen haar op. Karin kroelde hem over zijn kop. “Dag lieverd” zei ze.

“Weet je man het al? ” vroeg Elise.

“Nee het is een verassing, hij is jarig vandaag.”

“Je zult er geen spijt van krijgen, Bobby is echt een mensenhond.” ” Het is dat wij alleen een opvang zijn maar anders hield ik hem zelf” zei Elise spijtig.

“Bobby, ga je met mij mee” zei Karin terwijl ze zijn riempje omhoog hield. Bobby kwispelde en ging netjes zitten.

Een half uurtje later parkeerde Karin haar Mini op de oprit. Ze haalde Bobby uit de auto en liep met hem naar binnen. Jeffrey keek op toen ze de huiskamer in liep met Bobby. Ze liet hem los en Bobby ging gelijk overal snuffelen.

“Tadaaa”, je verjaardagscadeau.

Jeffrey keek naar het hondje en zijn bruine ogen lichtten op.

Bobby kwam naar Jeff toe en kwispelde. Hij haalde Bobby aan. “Wat een leuk beestje” zei hij terwijl Bobby al kwispelend zijn hand likte. “Hij is voor jou” zei Karin. Jeff was geen man van veel woorden maar de glinstering in zijn ogen zeiden haar dat dit cadeau raak was.

Wordt vervolgd

De verbindende factor..2

Zie voor eerste deel hier De verbindende factor…

Er begon zich een plannetje in haar hoofd te vormen. Het was dinsdagmiddag en ze was vrij maar ze wist precies wat ze ging doen. Ze pleegde een telefoontje en stapte in haar Mini en reed weg.

Om vijf uur was ze terug om te koken. Ze maakte sla met krieltjes en een karbonade. Om zes uur kwam Jeffrey van zijn werk. Ze zaten in een beleefde stilte te eten.

Karin was niet boos meer. Ze had besloten ervoor te gaan vechten maar ze had tijd nodig om tot zichzelf te komen. Jeffrey was moe na een zware dag op de bouw. Karin wist dat hij straks een uurtje op de bank ging en dan aan zijn auto zou gaan werken.

Zij ging die avond weer naar de hobbykamer en ging op haar telefoon zitten neuzen. Ze verkneukelde zich om wat ze zag. Daarna vleide ze zich op het bankje en droomde over haar plan.

Om acht uur bracht ze Jeffrey een kop koffie in de garage en dronk zelf een in de woonkamer en ze ging vroeg met een boek naar bed. Ze kon zich niet op het boek concentreren want ze besefte maar al te goed dat Jeff en zij uit elkaar groeiden maar ze hoopte dat haar plan hem dichterbij haar bracht.

De dagen gingen voorbij en ze gingen elk hun weg. Karin trok zich terug op de hobbykamer en Jeffrey in de garage. Over hun woordenwisseling werd niet gesproken en er werd alleen over koetjes en kalfjes gepraat. Karin merkte dat ze het wel prettig vond zo. Zo kon ze haar gevoelens rustig op een rijtje zetten. Het was fijn om haar eigen gang te gaan en zich niet zo afhankelijk te voelen van Jeffrey.

Ze ontwikkelde een dagelijkse routine waar zij zich prettig bij voelde. Ze las, had haar werk als receptioniste en haar telefoon waarop ze leuke dingen opzocht om te doen. Ze vond een advertentie van een groepje vrouwen die nog een lid voor hun wandelgroepje bij haar in de buurt zochten en ze meldde zich aan.

De dag dat ze s’middags voor het laatst werkte kwam dichterbij. Dan ging ze ook wandelen met de groep. Ze had vorige week kennisgemaakt met Jill, Rebecca en Agnes en het was haar goed bevallen. Zij zou het vierde lid worden. De vrouwen wilden pelgrimstochten gaan lopen en trokken daar hun vakanties voor uit. Een middag in de week gingen ze in de buurt wandelen om te oefenen.

Karin merkte dat Jeffrey wat toeschietelijker naar haar toe werd en het verheugde haar zeer. Maar ze ging door haar leven te leiden en verviel niet weer in de fout om weer het afhankelijke vrouwtje uit te hangen. En de klapper was nog niet geweest.

Het was drieëntwintig april en Jeffrey was jarig vandaag. Ze moest zijn cadeau nog ophalen. Ze verkneukelde zich nu al om zijn reactie. Ze had zich lang op deze dag verheugd. Jeffrey had vrij genomen vandaag en er kwamen vanavond een paar vrienden van hem. Maar vanmiddag was voor hen.

Wordt vervolgd

De verbindende factor…

“Oh Jeffrey heb je nou al weer de was op de grond gegooid?” Geïrriteerd raapte Karin de was van de grond en propte het in de mand.

Jeffrey bromde iets onhoorbaars terug en ging naar beneden. Karin werd woedend en zat in zichzelf te mopperen op Jeffrey en mannen in het algemeen. Ze wilde het niet meer pikken. Ze voelde zich net een sloof. Jeffrey behandelde haar steeds meer alsof ze er niet toe deed. Karin pikte het niet meer.

Karin dacht dat ze in de Seven years itch zaten. Een periode in het huwelijk die nogal stormachtig kon verlopen. Als je de boeken, of eigenlijk tijdschriften erop nasloeg kon dat het einde van je huwelijk betekenen.

Maar dat vertikte ze te accepteren. Ze was met Jeffrey getrouwd omdat ze van hem hield en niet om na zeven jaar op te geven. Ze zou vechten voor dit huwelijk.

Karin liep met de wasmand naar de bijkeuken en deed de was in de wasmachine. Ze stelde de klok in en drukte op start. Toen nam ze een kleine pauze en maakte een kop oploskoffie voor zichzelf. Jeffrey was naar de garage gegaan om aan zijn oldtimer jaguar te sleutelen. Het was zijn hobby en stak er bijna al zijn vrije tijd in.

“Ook zoiets” dacht Karin boos “Die stomme auto was belangrijker dan zij”.

“Wanneer hadden ze voor het laatst iets samen gedaan?”

Karin stond op knappen, zo boos was ze. Alle opgekropte boosheid zat nu aan de oppervlakte. Ze ging echt vanavond met Jeffrey praten.

Die avond om zeven uur terwijl ze aan het eten waren, verbrak Karin de stilte en begon te praten. Ze vertelde hem hoe ze zich voelde de laatste tijd. Nog niet zo lang geleden was hij nooit doof geweest voor haar gevoelens maar nu keek hij haar gevoelloos aan.

“Het gaat niet goed met ons Jeff.” Jeffrey haalde zijn schouders op en zei dat zei notabene dat ze een zeur begon te worden. “Serieus!” dacht ze woest. Ze stormde van tafel en rende naar boven en knalde daar de deur van hun hobbykamer dicht.

Karin bleef de hele avond boven en piekerde hoe het nu verder moest. Ze was geschrokken van de gevoelloosheid van haar man. Hij nam haar voor lief en ze waren nog maar zeven jaar bij elkaar. Hij reageerde alsof ze al dertig jaar bij elkaar waren en dan nog wilde ze dat ze dan nog niet zo tegenover elkaar stonden.

Wezenloos zat ze wat op Marktplaats te kijken. Ze keek naar al die hondjes die op MP aangeprezen werden alsof het speeltjes waren. Het waren stuk voor stuk hondjes die uit Roemenië of Griekenland kwamen. Met lappen tekst over hoe zielig de hondjes wel niet waren. Karin hield niet van deze praktijken. Ze vond dat hondjes uit Nederland eerst ondergebracht moesten worden. Toch bleef ze de pagina’s af stropen naar meer.

Jeff en zij hadden er wel eens over gehad om een hondje te nemen, ook omdat ze geen kinderen konden krijgen maar ze werkten allebei en wilden het hondje niet te kort doen. Maar Karin ging binnenkort halve dagen werken en dat bood mogelijkheden.

Wordt vervolgd

Jan en Jans

Deel 3

Jans wist dat ze geen zekerheid had met Jan’s ziekte. Jan kon altijd meer gaan drinken en ja, ze leerde dat Jan een ziekte had die alcoholisme heette.

En Jan begon ook steeds meer te drinken. Sinds hij met pensioen was, dat was nu een jaar, nam hij elke dag twee biertjes, zoals hij zei. Maar twee werden drie en drie werden vijf.

In de groep probeerden ‘de meiden zoals ze de groep noemden haar te troosten maar ze wisten uit eigen ervaring dat het niet echt werkte. Het deed gewoon pijn om je eigen man achteruit te zien gaan en dat je machteloos was tegenover de alcohol.

Maar voor Jans veranderde er iets wezenlijks. In plaats van zo nu en dan, werd nu dagelijks drinken.

Het veranderde haar perspectief of eigenlijk het gebrek aan perspectief. Elke avond had ze nu te dealen met een dronken man. Kon ze dat nog opbrengen? Maar de meter sloeg nog steeds door naar blijven, ondanks dat het er niet beter op werd.

Overdag bleef het de meest charmante man die Jans kende. En dat haalde haar steeds weer over de streep.

In de groep was er een vrouw die bij haar man wegging. Ze was het helemaal zat. Het eeuwige spel van nuchter zijn en dronken zijn. De vrouw vond vooral dat ze zich niet meer zo als een sloof hoefde te laten behandelen. En dat opende Jans ogen. Nee, zo hoefde ze zich niet te laten behandelen, ook al was Jan dan dronken. Het was geen excuus.

Het was als een zaadje wat in haar hart geplant werd. Ze maakte goede gedachten om haar plantje te voeden. En ze werd sterker en sterker. Het gebrek aan zelfvertrouwen, wat Jans de laatste jaren had begon in elkaar te schrompelen en als een geopende bloem straalde ze van binnenuit.

Zelfs Jan merkte het op en waagde het niet meer om haar lullig te behandelen, ook al was hij dronken.

Hoe het nu met Jans gaat, kan ik je niet vertellen want ik heb haar lang niet gezien. Ik denk dat ze nog steeds bij Jan is ook al ging ze steeds meer haar eigen gang. Ik geloof dat ze nog steeds deel uit maakt van de groep.

Ze heeft mij jaren geleden gevraagd of ik haar verhaal op wilde schrijven zodat andere mannen en vrouwen er wat aan konden hebben.

Jan en Jans

Corona-perikelen deel 2

Jan had beloofd niet meer zoveel te drinken maar nadien was het nog

een paar keer gebeurt. Jans was er helemaal klaar mee maar was nog steeds aan het dubben wat ze moest doen. Ze wist dat zij hem niet zover kon krijgen niet te drinken want anders had hij het wel eerder gedaan. Ze wist dat hij van haar hield maar blijkbaar was de drang te sterk. Ze las alles wat ze kon vinden over alcoholgebruik en las de tips. Het was duidelijk dat hij hulp nodig had voor het te laat was…

Nu had ze voor hem een afspraak gemaakt bij de huisarts om eens te praten.

Die ochtend bij het ontbijt zei Jans:”Jan, ik heb een afspraak bij de huisarts voor je gemaakt. Je kunt met haar overleggen wat je mogelijkheden zijn.”

Jan keek haar aan met een kille blik in zijn ogen. “Ik ben niet ziek” zei hij kortaf en daarmee was voor hem de kous af.

Jans kende deze houding van hem. Als hij zo reageerde stond zijn besluit vast en was er niets wat hem kon bewegen om mee te werken.

Jans werd wanhopig en wist niet meer wat ze nog moest doen. Ze wist alleen dat ze het in haar eentje niet redde tegenover de roep van de alcohol.

Op een avond toen ze op de computer aan het zoeken was naar oplossingen voor Jan zijn alcohol gebruik, stuitte ze op een advertentie: is uw gemoed zwaar, kom dan maar. Zelfhulpgroep voor partners van iemand met een alcoholprobleem.

“Dat was de oplossing voor haar. Daar zou ze leren hoe ze Jan van de alcohol af zou krijgen.” Er stond een telefoonnummer bij en ze schreef het op.

De volgende dag belde ze. Ze kreeg een aardige vrouw aan de telefoon die haar uitlegde dat Jans, Jan niet van de alcohol af kon krijgen en dat het ook niet het doel van de zelfhulpgroep was. Het was om je verhaal te kunnen doen onder lotgenoten en misschien ging hij zelf inzien dat hij moest veranderen. Maar het doel was dat je hulp voor jezelf zocht.

Jans dacht er over na en kwam tot de conclusie dat zij ook hulp nodig had. Het leek namelijk op dat zij zich meer om het alcoholprobleem van Jan bekommerde dan Jan, dus zij had ook een probleem.

Vanaf dat moment ging ze elke donderdagavond naar de groep toe. Ze leerde er veel. Van trucjes die hun partners uithaalden zoals stiekem drinken tot de mate van alcoholisme. Zo waren er vrouwen die bij hun partner bleven voor de financiële situatie, tot partners die er nog veel erger aan toe waren dan Jan. Ze begon in te zien dat ze het nog niet zo slecht had. Zo was er een vrouw die bij haar partner weg moest omdat hij haar wat aandeed.

Jan was altijd heel liefdevol naar haar toe en net als sommige mede partners wilde ze niet bij hem weg. Ze hield van hem.

Jan schaamde zich dat zijn vrouw naar die groep toe ging maar hij kon haar niet tegenhouden.

Behalve de avonden dat hij dronk, hadden ze het heel gezellig met elkaar. En ookal wist ze niet waarom Jan zo ineens was gaan drinken ze besloot zich erbij neer te leggen. Ze kreeg daardoor meer gemoedsrust voor haarzelf en kon beter blijven functioneren. Ook de vrouwen in de groep waren een grote steun voor haar, net zo als zij er ook voor de vrouwen was.

Wolf

Onze Wolf is overleden. Vorige week hebben we haar in laten slapen. Ze was op.

Ze was zo bijzonder. Het was haar karakter en persoonlijkheid. Ze was heel vriendelijk maar wist precies wat ze wilde en zorgde dat ze het kreeg. Voor mij daardoor soms een pain in the ase want ik was de verzorgster, met mij moest ze haar zaken regelen. Maar ze was ook heel liefdevol en kon, als je iets gedaan had wat zij fijn vond, je een uitgebreide wasbeurt geven.

Ik heb, toen ze jonger was, prachtige wandelingen met haar gemaakt. Die zal ik nooit vergeten. Zo herinner ik me haar het liefst, Wolf en ik samen op jacht.

Rust zacht mijn lieve Wolf

Jan en Jans

Corona- perikelen deel 1

Jan en Jans zaten al een jaar in lockdown en het schoot maar niet op met de versoepelingen. Ze mistten hun sociale contacten in de kroeg en Jan zijn dagelijkse borreltje.

Jan en Jans konden altijd goed met elkaar opschieten maar zelfs dat ging de laatste tijd maar moeizaam. Af en toe snauwden ze naar elkaar maar dan was het ook over. Maar die zaterdag in februari was het helemaal mis.

Jan had die avond de Jeneverfles op tafel gezet in de hoop de gezelligheid in huis te brengen maar Jans keek het met een zuinig mondje aan. Ze hield niet van alcohol en wat het met de mens deed. Ze hadden al een keer eerder woorden gehad over dit onderwerp. Toen had Jan beloofd het niet weer te doen en nu deed hij het weer. Zie: Tappen aan de tafel

Maar ze zou hem een kans geven dus ging ze bij hem aan tafel zitten. Ze schonk zichzelf een sinas in en Jan stak een sigaartje op.

Jan begon herinneringen op te halen van hun bruiloft en hoe ze elkaar hadden leren kennen. “Dat was gezellig”. vond Jans en vulde Jan aan.

Van het een kwam het ander en voor ze het wisten maakte Jan, Jans verwijten over het slippertje van haar in de begintijd van hun relatie. Hij begon haar luidruchtig uit te maken voor van alles en nog wat.

Het lag helemaal niet in Jans karakter om zo te doen dus Jans weet het aan de alcohol. Ze voelde zich overdonderend door al dat verbale geweld over iets wat nog gebeurt was voor de kinderen geboren waren. En dan nog, het had niks voorgesteld.

Het ging om een gestolen kus van een man waar ze verliefd op was voor ze Jan had ontmoet. Ze vond de man niet goed voor haar en koos voor Jan die ze net ontmoet had. Jans en die man hadden afscheid van elkaar genomen en hadden daarbij gezoend. En dit kwam nu weer naar boven? Ze vond het te zot voor woorden.

Maar ze had altijd al gevonden dat als alcohol in de man, wijsheid in de kan.

Tja, Jan keek haar met lodderige ogen aan en Jans besloot er nu niks van te zeggen. Morgenochtend zou ze hem wel spreken. Het had nu geen zin.

Ze stond op en zei dat ze naar bed ging en wenste hem welterusten. Eenmaal in bed lag ze te luisteren naar de geluiden die van beneden kwamen. Jan was aan het zingen op André Hazes, net als de vorige keer en zette keer op keer hetzelfde lied op.

Jans had een knoop in haar buik en stilletjes biggelen de tranen over haar wangen. Ze wilde maar dat Jan in bed kwam want des te langer het duurde, des te meer hij dronk.

“Zie je wel”dacht ze “drank is alleen maar ellende .” Ze nam zich voor om morgenochtend een hartig woordje met Jan te spreken en langzaam viel ze in slaap.

Die volgende ochtend sliep Jan zijn roes uit terwijl Jans al vroeg naar de bakker was gegaan om verse broodjes te halen. Niet voor Jan maar voor zichzelf. Ze had er zin in. Thuis zou ze een ontbijtje maken en dan zou ze over gisteravond beginnen.

Eenmaal thuis, was Jan nog steeds niet beneden. Jans dekte de tafel en ging met een glaasje sinaasappelsap aan tafel zitten. Ze hoefde niet lang te wachten of hij kwam naar beneden.

Hij was in zijn duster. Hij had dikke wallen onder zijn ogen en zijn gezicht was vlekkerig. “Goeiemorgen”, zei Jans. Jan knikte naar haar. Allebei zwegen ze koppig.

“Jan, we moeten even stevig praten”, zei Jans en legde haar mes neer. “Ik pik dit niet meer, als jij niet met alcohol om kan gaan, drink dan niet meer. Dit wil ik niet nog een keer meemaken. ” ze keek hem recht aan.

Jan wilde wat zeggen maar slikte zijn woorden in. Hij wist dat hij fout zat.

“Sorry “zei hij.

Het perfecte plaatje

“Niemand is perfect maar ik kom er wel dicht bij.” vond Ruben de Jager. Hij keek in de spiegel en kamde zijn zwarte haren achterover. En inderdaad hij was knap met zijn bruine ogen en volle lippen, zijn slanke figuur met strakke billen en wasbordje.

“Ik verdien iemand die net zo fijn is als ik en daar ga ik naar op zoek. ” “Samen vormen we dan ‘het perfecte plaatje’.”

Ruben deed zij achternaam eer aan toen hij zijn eerste slachtoffertje aan de haak had geslagen. Het was een prachtige jongen van achttien. Hij had iets dromerigs over zich. Ruben was in de wolken. Hij was zelf achtentwintig en in zijn nopjes met zijn jongere vangst.

Hij dacht dat hij wel verliefd op Page, zoals de jongen heette, kon worden maar dat viel tegen. Page had geen inhoud. Hij was alleen maar mooi. Dus Ruben dumpte Page voorzichtig. Hij zei: “Ik moet voor mijn werk als fotograaf naar Amerika en kan je niet meenemen. Ik ga me daar vestigen.”

Daarmee brak hij de jongen zijn hart.

Daarna kwam Ruben op een shoot een man tegen die al doorgewinterd was. Hij was mooi op een ruige manier en had de inhoud die Page niet had. Ruben was helemaal weg van Rutger en raakte hopeloos verliefd op hem. Rutger woonde op Schiermonnikoog in een hut en leefde daar een solo-leven.

Maar Rutger viel niet op Ruben. Hij viel op niemand. Rutger was verliefd op zichzelf. Ditmaal brak Rubens hart.

Ruben bleef berooid achter en likte zijn wonden. Hij begreep nu wat hij Page had aangedaan en nam zich voor in het vervolg voorzichtiger te zijn in de liefde maar gaf zijn droom van het perfecte plaatje nog niet op.

Ruben werd ouder, hij was nu vijftig. Hij had de afgelopen jaren de ene liefde na de ander versleten en niemand was goed genoeg voor hem.

Nu, echter begon zijn schoonheid te vervagen. Hij had zich de laatste jaren laten gaan en kreeg een buikje en zijn eens zo mooie zwarte haar werd grijs. Zijn strakke kaaklijn werd week.

Maar zijn foto’s werden steeds beter omdat hij oog kreeg voor minder perfecte dingen. Hij maakte foto’s van ‘lelijke ‘ dingen zoals fabrieken en spoorlijnen. En hij werd beroemd in heel Nederland en daarbuiten.

Ook privé werd hij makkelijker. Hij ontmoette Mannie. Een man van drieënvijftig met veel humor en levenservaring. Ruben was weg van Mannie en Mannie van hem. Mannie had een buikje en brede schouders en gespierde armen. Ruben vond het heerlijk om in Mannies armen weg te kruipen.

Ze hadden veel lol en voelden zich heel goed bij elkaar. Ze gingen samenwonen en het maakte niet meer uit waar als ze maar bij elkaar waren en samen waren ze ‘Het perfecte plaatje.’