Tappen aan de tafel

Jan en Jans wonen in een jaren dertig huis in de Stad. Al jaren gaan ze samen elke dag een borreltje halen in de kroeg op de hoek. Jan drinkt dan een Jonge en Jans neemt altijd een koffie en een sinas. Jans houdt niet zo van alcohol.

Ze ontmoeten dan hun kroegvrienden en leggen soms een kaartje met Conny en Fred die ook elke dag komen. Het is een van de weinige luxe die Jan en Jans zich permitteren.

Jan rookt een sigaartje met zijn Jonge en Jans rookt er ook een, ook al vindt ze het stiekem een beetje vies. Ze hebben het altijd reuze naar hun zin met hun vrienden en Jacob de kroegbaas. Er worden grove grappen gemaakt en er wordt veel gelachen.

Door de komst van Corona wordt er ruw een streep gehaald door hun dagelijkse uitje. Maar Jan en Jans laten zich niet uit het veld slaan en halen de kroeg naar binnen. Jans haalt een fles Jenever en een fles sinas en na het eten om ongeveer zeven uur gaan ze nogmaals aan tafel.

Jans haalt een borrelglaasje uit de kast en een longdrinkglas voor haarzelf. Ze schenkt de Jenever in met een kop, zoals het hoort en vult haar glas met sinas. Ze steken allebei, bij uitzondering een sigaartje op in huis en kijken elkaar aan.

Er valt een stilte die niet zo makkelijk te overbruggen is. Er is geen muziek, geen Fred en Conny en geen Jacob. Maar wederom laten ze zich niet uit het veld slaan. Jan neemt een teug van zijn Jenever en Jans neemt een slok van haar sinas.

“Zal ik een muziekje aanzetten?” Jans kijkt Jan vragend aan. “Ja leuk, zet André Hazes maar op.”

Jan heeft de fles Jonge Jenever naast zich op tafel gezet en tapt zich een tweede in en een derde. Hij begint grappen te maken die in de kroeg zo leuk zijn maar nu kan Jans ze niet waarderen.

Ze begint te mokken. Stilzwijgend zendt ze signalen naar Jan maar hij pikt ze niet op. Jan is in zijn sas. Hij begint met André Hazes mee te zingen en vindt dat hij het er lang niet slecht afbrengt. Ondertussen schenkt hij zich opnieuw in.

Jans die op een heel andere golflengte zit, vreet zich op van ergernis. “Jan, het is genoeg.” roept ze uit.

Ze kijkt met grote kwade ogen naar Jan maar hij is niet onder de indruk. Dan begint Jan te huilen. Grote krokodillen tranen rollen over zijn wangen. Jans schrikt zich een hoedje want zo heeft ze hem nog nooit meegemaakt.

“Wat is er Jan?” vraagt ze hem terwijl ze onhandig op zijn schouder slaat in een poging om hem te troosten. Tot ze doorkrijgt dat het de drank is die hem parten speelt.

“Ik ga naar bed” zegt ze vinnig.

De volgende ochtend, als Jans wakker wordt, is de plek naast haar leeg. Snel trekt ze haar ochtendjas en slofjes aan en snelt naar beneden. Ze is ongerust, had ze hem niet alleen moeten laten? Wat was er aan de hand?

Als ze de huiskamer inloopt ziet ze in een oogopslag dat Jan geschoren en in de kleren aan tafel zit en dat hij ontbijt heeft gemaakt. Haar hart sloeg een keer over. Dit was haar Jan, deze man kende ze. Haar boosheid van de vorige avond smolt weg en ze gaf hem een kus op zijn hoofd.

“Moeten we maar niet weer doen he” zegt hij schuldbewust.

3 gedachten over “Tappen aan de tafel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s