Rustdag. Het bed

Vandaag kwam onze buurvrouw even buurten. Even de nieuwtjes uitwisselen, een enkele roddel en alles wat bij zo’n bezoekje hoort.

Zo tussen neus en lippen door zei ze dat ze van het bed afwilde die op het kleine kamertje stond. Ik spitste mijn oren, dat was toch dat bed met dat heerlijke matras? Ik had al zoveel verhalen gehoord over dat goede bed. Voor dat ik het wist zei ik dat wij hem wel wilde hebben. Veel slechter dan ons eigen bed kon ie niet zijn. Ons bed kraakte en piepte als je er al naar keek.

Manlief protesteerde. Hij zag het alweer voor zich, slepen en trekken, het huis weer op de kop, nee daar had hij geen zin in. Maar nadat ik hem verzekerd had dat hij niks hoefde te doen, dat ik wat zou regelen, ging hij akkoord.

(Manlief zegt niet zomaar nee. Hij heeft z’n kwalen die hem dwarszitten met zulke klussen.)

Ik ging met de buurvrouw mee om naar het bed te kijken. Eenmaal boven zag ik al kleine oneffenheden, de tijk van het matras had zijn beste tijd gehad. Verder was een van de pootjes onder het bed dubbelgeklapt en op een proffesorische manier weer in elkaar gezet. Maar goed ik vertrouwde op de buurvrouw dat het een goed bed was.

Manlief had er blijkbaar zin in want hij vroeg mij spontaan of ik die middag met hem het bed wilde versjouwen. Dat wilde ik wel, ik zag het wel zitten, eindelijk een ander bed. Ons bed was verdorie nog van hem en zijn ex geweest.

Zo gezegd zo gedaan. Het matras was loodzwaar en onhandelbaar en de bodem op poten zorgde ook voor de nodige problemen maar al met al ging het voorspoedig. Manlief had nog de goede moed erin en we zorgden dat alles boven kwam te staan. Toen mocht ik even uitrusten zodat manlief het bed in elkaar kon zetten.

Ik hoorde manlief mopperen en ik had ook al zo’n vaag vermoeden dat het bed niet zo prachtig was als verteld. De bodem die op pootjes stond, hoorde niet bij de ombouw en stond los in het grenen bed. Maar alla, misschien was het wel stevig.

We legden het matras erin en ik maakte het bed op. Het leek knus. De rest zagen we morgen dan wel weer.

Heel gemeen maakten we die middag grapjes aan onze stamtafel over het prachtige bed van de buurvrouw. Ik dacht dat we toch wel lekker zouden slapen omdat het matras stevig was.

Die avond ging ik naar boven om op mijn kamer een stukje te schrijven en bedacht mij dat ik lekker in bed kon zitten schrijven. Ja echt, je raad het al. Ik zette mijn (slanke) billen op het matras en krak, ik ging er doorheen.

Gossie, gossie en nu. Manlief geroepen en die vloekte en tierde dat het een lieve lust was.

Hij heeft het dubbelgeklapte pootje rechtgezet en er een blokje onder gezet maar of ie het houdt vannacht….

Advertenties

Zomer/herfst

De zomer was voorbij: het was september. Er konden nog wel een paar mooie dagen komen maar de hete zomer lag achter haar. Ze had er wonderwel tegen gekund, die warme dagen. Ze hield van de zon en wat voor stemming het bracht. Ze werd vrolijk door de zon. Dan was er altijd dat verwachtingsvolle gevoel dat de wereld nog voor haar openlag. Soms kreeg ze rillingen van de hitte maar het deerde haar niet. Ze had in de tropen kunnen wonen.

Nu werd de wereld gelijk een stuk kleiner. De regen tikkelde op het dak en de druppels lieten sporen na op de ramen. Ze zat in huis en de muren, ramen en deuren vormden haar wereld. Ze kreeg alvast een voorproefje van de herfst. Een nostalgisch gevoel, wat ze altijd in de herfst had, overviel haar. Ook dat was fijn. Ze hield van alle jaargetijden en voelde zich gezegend dat ze in dit klimaat woonde.

Het werd weer tijd om te schrijven en zich naar binnen te keren, in huis te verschalken bij de warme kachel.

Wild…

Nee, niet op die manier maar wild in mijn hoofd.

Niet dat het verkeerd is maar ietwat buiten de lijntjes. Ik heb allemaal ideeën die ik ook allemaal ten uitvoer wil brengen. Sommige ideeën stranden anderen blijven overeind, zoals bewegen op muziek, een bak met kruiden voor het koken, omdat manlief er mee eens is en de natuur nog meer te gaan verkennen.

Bush craft gaat een beetje te ver maar als ik jonger was dan deed ik dat. Kundalini yoga gaat me ook te ver maar bewegen op muziek kan weer wel. Hier in het dorp wordt het gegeven. Lekker ontspannend met leuke muziek. Ik wil graag nieuwe mensen ontmoeten.

Buiten de lijntjes ben ik in mijn praten: druk. Mijn man maakt zich alweer zorgen, mijn begeleidster niet. Zij kent mij zo wel. Laat ik me daar dan maar aan vasthouden. Dan geniet ik maar van mijn levendige gevoel.

Manlief en ik zijn ook wel erg gepind op eventuele crissisen. Na tien psychoses krijg je dat ook wel. En de afgelopen twee jaar zijn anders gelopen dan hoe ik mezelf ken. Misschien begin ik weer meer mijzelf te worden?

Het Aardmannetje

Er was eens een kleine man met een baardje. Hij woonde in een dorpje vlak bij een grote stad. Maar het dorpje was omringd door bos en als het maar even kon was de man in het bos te vinden.

Hij zocht daar naar paddestoelen al naar gelang het seizoen. In de lente zocht hij naar eetbare plantjes om een salade mee te maken en zo maakte hij in het voorjaar gekookte zuring. Hij was er dagen mee bezig. Eerst om de ingredienten te zoeken en daarna om ze te bereiden.

Hij was alleen maar hij was heel gelukkig. Hij had de natuur zei hij altijd. In het dorp noemden ze hem het aardmannetje. Omdat hij altijd alleen was, was hij in contact met anderen wel wat zonderling en verstrooid. Zo haalde hij vaak de namen van mensen door elkaar.

Op een mooie zonnige dag ging hij s’morgens vroeg het bos in om bosbessen te plukken. Hij wilde een taart bakken voor het dorpshoofd. Het was geheel tegen zijn gewoonte in maar het leek hem een leuk idee.

Het bos ademde een serene sfeer uit en het aardmannetje genoot met volle teugen. Hij wist precies waar de bosbessen stonden maar hij maakte er zoals altijd een fijne wandeling van. Hij genoot ervan om het leukst voor het laatst te bewaren. Eindelijk waren daar de bosbessen en behoedzaam plukte hij de bessen. Hij zorgde er altijd voor dat hij geen blaadje kneusde.

Hij zei altijd een dankgebedje aan moeder aarde voor wat zij hem gaf. Toen liep hij terug.

Het aardmannetje bakte de taart en zond de postduif naar het dorpshoofd voor een afspraak. Toen de taart klaar was kwam de duif ook terug met een kaartje in zijn snavel. Daarop stond: Kom vanmiddag naar mijn kantoor.

Die middag toog het aardmannetje met de bosbessentaart naar het dorpshoofd. Hij was heel helder en vergistte zich niet een keer in de namen van de mensen die hij tegenkwam.

Het dorpshoofd was een zuurpruim. Zijn mondhoeken hingen altijd naar beneden maar zijn ogen stonden droevig. Hij was op jonge leeftijd zijn vrouw verloren en was sindsdien humeurig. Niemand in het dorp nam het hem kwalijk.

“Wat brengt jou hier?” vroeg het dorpshoofd toen het aardmannetje tegenover hem zat. Het mannetje pakte de tas met de taart en schoof die over het bureau naar hem toe. “Ik heb wat voor u gebakken. De mondhoeken van het dorpshoofd gingen lichtjes omhoog.

“Heb je iets voor mij gebakken? Waarom?” “Zomaar.” zei het aardmannetje. “Dat is nou werkelijk aardig van je.” zei het dorpshoofd.

“Houd u van bosbessentaart?” het aardmannetje keek hem vragend aan. Het dorpshoofd keek hem aan terwijl de tranen uit zijn ogen drupten. “Ik heb geen bosbessentaart meer gegeten sinds Marie is overleden. Zij maakte ze altijd. Ik was er gek op.”

“Kom, eet samen met mij een stuk van deze taart en vertel me dan wat je geheim is, waarom je altijd zo gelukkig bent.”

Het aardmannetje schudde zijn hoofd en zei:”Ik heb geen geheim, ik beeld me alleen altijd in dat alles van mij is: het bos, het dorp, de stad, alles. En dan voel je je de rijkste persoon ter wereld. Waarom zou je dan niet gelukkig zijn? ”

Bron: Kundalini yoga

Het wiel is al uitgevonden

Ik moet blijkbaar het wiel steeds weer opnieuw uitvinden. Elke keer stoot ik weer mijn neus met mijn schizoaffectieve stoornis. Als het wat beter gaat denk ik dat ik genezen ben om er na een tijdje achter te komen dat het niet zo is.

Zoals ook nu: het ging goed, ik was lekker bezig, ik had er lol in en ik stopte zelfs met roken. Tot ik gisteren er achter kwam dat ik me niet goed in mijn hoofd voelde. Het was een bekend gevoel. Alarmbellen gingen rinkelen en ik belde mijn pb-er.

Door het onweer had ik al een paar dagen slecht geslapen, eigenlijk sliep ik al een tijdje slecht. En daar kan ik niet tegen. Het gevoel in mijn hoofd was een voorteken van een psychose. Niet leuk. Voor de nacht kreeg ik slaapmedicatie voorgeschreven.

Na een goede nachtrust voelde ik me vandaag een stuk beter. Nog een paar nachtjes met medicatie en ik ben weer boven Jan. Ook ben ik gisteravond weer begonnen met roken en dat luchtte me enorm op. Ik las op internet dat mensen zoals ik acuut psychotisch kunnen worden als ze stoppen met roken. Dat gevoel had ik al en dat werd bevestigd.

Het heeft te maken met allerlei stofjes in de hersenen. Gisteravond heb ik aan een stuk door gepaft en aan het eind van de avond voelde ik me redelijk.

Ik ben weer, de afgelopen tijd, op mijn tenen gaan lopen en het wordt tijd dat ik het nu eindelijk eens leer om rustig aan te doen en mezelf accepteer voor wie ik ben.

Even kort…

Het gaat hier lekker. Ik ben gestopt met roken, mijn sombere buien zijn achter de rug en ik heb mijn energie terug. Wat wil een mens nog meer.

We zijn in de voortuin een terras aan het leggen en het setje wat erop komt te staan hebben we voor ons negetienjarig huwelijk gekocht. Het is een aluminium setje met rozen erin. Twee stoeltjes en een tafeltje.

Het gaat lekker sinds ik besloten heb om geen activiteiten buiten de deur te doen maar me te richten op huis en tuin.

Trillen

Er was eens een jonge vrouw met trillende handen. Ze was zo geboren en had het al van kinds af aan. Ze vervloekte dit mankement want ze had er altijd last van. Met soep eten morste ze alles weer van haar lepel en met aardappels, vlees en groente maakte ze er een stampotje van zodat het haar minder moeite kostte om te eten.

Ook bij andere mensen moest ze altijd uitleggen dat ze niet zenuwachtig was maar dat haar handen trilden. Ze kon er maar niet aan wennen. Het leek alsof ze ziek was. De dokter had haar uitgelegd dat ze een klein foutje had. Een foutje waar niks aan te doen was. Ze moest zich er bij neerleggen maar dat lukte haar niet.

Ze had nog geen vriendje want ze was verlegen door haar handen. Er stond tegenover dat ze mooi was maar dat vond ze zelf niet. Het liefst bleef ze bij haar moeder thuis in de keuken. Daar bakte ze allerlei lekkernijen in de veiligheid van het huis.

Op een dag dat ze haar pap niet goed kon eten was ze er helemaal klaar mee en maakte ze een afspraak met de dorpsdokter. Toen ze even later tegenover hem zat en haar verhaal deed en vroeg of er niet iets tegen het trillen was. De dokter, een oudere man van tegen de zeventig, knipperde een keer met z’n ogen en keek haar recht aan. “Tja, er is wel wat tegen maar dat is een zwaar middel.”

“Oh, dat geeft niet dokter, ik wil alles proberen.” “Dan probeer het maar een maand.” zei de dokter lachend.

Ze haalde het middel op en ging naar huis. Ze pakte het doosje uit en keek naar de pilletjes, ze zagen er onschuldig uit. Het waren kleine pilletjes, zo groot als een luciferkop. Ze nam er een en wachtte af. Ze keek naar haar trillende handen, die onrustig in haar schoot lagen. Straks was ze er van af. Ze genoot bij voorbaat.

Na een uur begonnen haar handen minder te trillen, totdat ze helemaal stil waren. Ze haalde een bakje vla en at die zonder problemen leeg. Ze juichtte in zichzelf.

De volgende dagen begaf ze zich in het dorp en deed alle plekken aan die ze anders meed. Ze genoot met volle teugen. Ze praatte met de buurvrouw, bij de bakker en flirtte met Kees van Buren.

Op de derde dag, echter merkte ze een zwaar gevoel in haar benen. Een gevoel wat de hele dag niet overging. Ze was te moe om ook maar iets te doen. Ze wist niet wat het was en sleepte zich naar de dokter.

“Tja”, zei de dokter ” Dat is een van de bijwerkingen”. “Ja maar dit wil ik niet, zo kan ik niet functioneren. Is er niet iets tegen?” De dokter krabte zich eens achter de oren en zei:”Ja daar is wel wat tegen maar dat heeft ook weer bijwerkingen.”

Ze dacht aan de dagen dat ze zich zo vrij had gevoeld en hoe ze zich nu voelde. Het was het niet waard. Het middel was erger dan de kwaal.

“Ik stop ermee dokter, dan maar leven met een foutje.

De dagen daarna deed ze precies wat ze tijdens de eerste dagen zonder trillende handen deed. Ze flirtte met Kees van Buren en ze ging naar de bakker en ze verstopte zich niet meer. Het gekke was dat iedereen haar accepteerde hoe ze was. Ze bloeide helemaal op en toen Kees van Buren haar mee uit vroeg zei ze ja.